Categorie: Nieuws

25 mei 2018

In verband met de AVG is ons privacybeleid aangepast. De geldende verklaring is hier te lezen.

Posted in Cornelissen, Nieuws by mierlohout
1 februari 2018

In ons assortiment is nu ook medicinale cannabisolie opgenomen.

Klik hier voor meer informatie.

Posted in Cornelissen, Nieuws by mierlohout
11 december 2017

De afgelopen tijd zijn er weer items toegevoegd en aangepast:

Posted in Cornelissen, Nieuws by mierlohout
11 december 2017

In ons assortiment is nu ook Depramin opgenomen.

Hier vindt u de bijsluiter.

Hier vindt u de farmacotherapeutische rationale en een voorbeeld behandelplan. (Alleen voor artsen.)

Posted in Cornelissen, Nieuws by mierlohout
2 november 2017

Omdat we een nieuw computersysteem in gebruik nemen, kunnen onze leveringen op het ogenblik enkele dagen vertraagd zijn.

Maar u zult zien: zodra het systeem loopt wordt onze service en kwaliteit nog hoger!

Posted in Cornelissen, Nieuws by mierlohout
16 september 2017

Inleiding

Vitamine K2 is enkele jaren geleden ontdekt en wordt steeds meer als een apart van vitamine K1 te onderscheiden vitamine gezien. Tussen K1,K2 en K3(ook wel menadion of menaphtonon genoemd) is een interrelatie. Bij de rat kan uit K1, K3 ontstaan, dat in organen weer in K2 omgezet kan worden. Bij de mens ontstaat in ieder geval uit K1, K2: katabolisme kort na orale inname zou de oorzaak zijn (5), maar hoe: spontaan, door bacterien of in de darmwandcellen? In ieder geval kan de mens K2 uit K1 maken op mitochondriaal niveau (41).
Phylloquinone is als K2 (MK-4) in borstvoeding teruggevonden (10). In epidemiologisch onderzoek is gevonden dat niet K1-, maar wel K2 (menaquinon)-inname samengaat met veel minder kans op hart- en vaatziekten (15). Het gaat dan vooral om de subtypes MK-7, MK-8 en MK-9 (31). Met deze onderzoeken ontstond ineens een aparte belangstelling voor K2.
Vitamine K2 komt in diverse vormen voor: zo is er MK-4 (=menaquinone-4), maar er zijn ook zeker 3 natuurlijke vormen : MK-6, Mk-7 en MK-9. Het getal staat voor het aantal isopreeneenheden waaruit de lange zijketen bestaat (zie Wikipedia). MK-7 gaf bij ratten bij 10 mg per kg per dag geen bijwerkingen, terwijl bij muizen met 2000 mg kg lichaamsgewicht in 1 keer de LD50 bij lange na nog niet gehaald werd (33).

K2 en het hart

Vier weken lang 300 mg K2 per dag en daarna 4 weken lang 150 mg K2 per dag verhoogt bij gezonde mensen in vergelijking met placebo de maximale cardiac output met 12%, met een tendens tot een hogere hartslag (2). De vraag is evenwel welke betekenis we hieraan moeten toekennen.

K2 (menaquinone-7) in een dagdosering van 0,36 mg vermindert bij mensen met een getransplanteerde nier en veelal een subklinisch vitamine K-tekort de stijfheid van de arterien (3). Na multivariate analyse was dit nog steeds zo.

Ook bij gezonde postmenopauzale vrouwen bleek MK-7 de stijfheid van de bloedvaten te verminderen ; dit maal in vergelijking met een placebo (35).  Fulton et al (49) vonden bij ouderen (gemiddeld jonger dan 70) met MK-7 100 mcg per dag na een half jaar slechts een trend tot een makkelijkere doorbloeding.

Bij  nierpatienten die nog niet toe zijn aan de kunstnier (4) bleek K2 (dagelijks 90 mcg MK-7 met 10 mcg vitamine D vergeleken met 10 mcg vitamine D alleen) de toename van de wanddikte van de arteria carotis communis significant te remmen, al was de remming van het calcificatieproces zelf niet significant.

Het blijkt dat de vorming van K2 in mitochondrien bij vertebraten nodig is voor de ontwikkeling en de overleving van endotheel (45).

In de pas hiermee is de negatieve correlatie epidemiologisch tussen het vitamine K-bloedgehalte en metabool syndroom (52).

K2 en botontkalking

Bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose blijkt K2  (metatetrenone) blijkt in een RCT K2 plus D naast calcium osteoporose beter te remmen dan D plus calcium (6).

Leuprolide verlaagt bij vrouwen via een effect op de hypofyse de oestrogeennniveau’s, wat bij de behandeling van borstkanker vaak gewenst is. Vitamine D gaat de hieraan gerelateerde ontkalking tegen, maar in deze RCT van Somekawa et al (7) gaat dat met vitamine K2 erbij nog beter.

Bij vrouwen met levercirrhose en virale hepatitis bleek K2 (menatrenone) in een RCT botontkalking af te remmen (11).

In een andere RCT bleken tijdens prednisolonbehandeling zowel alfacalcidol als K2 (45 mg menatetrenone) de botontkalking te remmen; de combinatie van deze 2 ging ook nog eens hypercalciaemie tegen (12).

Bij patienten die een beroerte hebben gehad en ledematen minder/niet gebruiken, blijkt het voortschrijden van osteopenie, wanneer er een tekort aan D en K bestaat, door vitamine K2 geremd te worden (17). Evenzo bij vrouwelijke patienten met Parkinson, die een vitamine D-tekort hadden (21). Hiermee in lijn is dat bij Alzheimerpatienten met een vitamine D en K tekort, extra D,K2 (MK-4) plus calcium de kans op botbreuken ver minderde (22).

Shiraki et al vonden met K2 (45 mg per dag) een antiosteoporotisch effect in geval van ernstige osteoporose (13);  zij zagen ook een verlaging van de breukkans. In een metaanalyse vonden Cockayne et al expliciet met K2 (menaquinone-4) naast remming van osteoporose ook een vermindering van het aantal breuken (14).

Opmerkelijk is ook dat K2 (menaquinone-7) bij postmenopauzale vrouwen in vergelijking met placebo degeneratie van trabeculair bot tegengaat (23).

Alleen bij vroeg postmenopauzale vrouwen, die gezond zijn gaat dagelijks 0,35 mg MK-7 botontkalking niet tegen (24).

HRT, waar je niet kritisch genoeg over kan zijn, gaat osteoporose tegen. In observationeel onderzoek blijkt K2 de resultaten hiervan te verbeteren (9).

Het overall-resultaat met K2 bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose is duidelijk! Vele mechanismen blijke hierbij een rol te spelen. Een van deze is: inductie van apoptosis in osteoclasten (25).

K2 en diabetes

Vitamine K2 verbetert in vergelijking met placebo de insulinegevoeligheid (40).

K2 en kanker

Epidemiologisch onderzoek wijst erop dat K1 niet, maar K2 wel het risico op prostaatkanker verlaagt (26).

Door de galafvloed te belemmeren en een nitrosamine in hoge doses te geven kan bij hamsters galblaaskanker ontstaan. Vitamine K2 (MK-4) blijkt het ontstaan van deze galblaaskanker in belangrijke mate te remmen (8).

Dagelijks 45 mg K2 blijkt bij vrouwen met  levercirrhose en virale hepatitis in een RCT de kans op een primair hepatocellular carcinoom te verlagen (16). Kojima vond bij patienten met hepatitis C en cirrhose een trend in dezelfde richting (36). Tellen we deze 2 onderzoeken op : dan is dat 4 op de 43  met K2 en 14 op de 37 zonder K2 ; dat is met een chikwadraattoets tweezijdig (eenzijdig zou niet correct zijn) getoetst significant verschillend (P < 0,01).

Casuistiek is indrukwekkend: bij een patient met uitgezaaid HHC trad er K2 plus vitamine E een complete regressie van de kanker op (27).

Kakizaki et al (39) vonden met K2 een verlaging van de recidiefkans, maar geen betere overleving op langere termijn (39); het laatste zegt niets want disease free survival is immers eerder significant verschillend dan de overleving sec, omdat niet iedereen die het eerder terugkrijgt direkt dood gaat. Hotta et al (43) vonden dat K2 als adjuvans na behandeling voor het HCC de recidiefkans net niet significant verlaagt (P<0,054) ; het betrof evenwel slechts 21 (met K2) versus 24 patienten. Ishizuka et al (46) vonden met K2 na 36 en 60 maanden in een RCT een duidelijk lagere recidiefkans bij het HCC (46). Als ik deze 3 onderzoeken combineer dan is de conclusie dat K2 als adjuvans na behandeling voor het HCC op z’n minst recidieven vertraagt. In nog weer een ander onderzoek was er na gemiddeld ongeveer 1,5 jaar geen lagere recidiefkans met K2, wat gezien de relatief korte follow-up de vorige studies niet tegenspreekt, al is er op lange termijn geen grotere genezingskans.

In een fase-2-onderzoek bij het myelodysplastisch syndroom gaf MK-4 (45 mg per dag) bij 5 van de 38 patienten een duidelijke verbetering ; na toevoegen van alfacalcidol (slechts 0,75 mcg per dag) bij 20 non-responders lieten er nog eens 6 een respons zien (34).

Welke antitumoreffecten heeft K2? In ieder geval autofagie (28), maar ook angiogeneseremmming (19),

Vitamine K2 en andere kwalen

In vergelijking met placebo verminderde K2 asthma duidelijk (38).

Bij ratten verbetert K2 de nierfunctie en gaat mede daardoor botontkalking tegen (42). Bij muizen met diabetes heeft K2 een licht nociceptief effect (50).

Bij ratten blijkt K2 ook het ontstaan van gingivitis tegen te gaan (51).

K2 blijkt bij ratten ook depressie en angst  te verminderen (54), maar of er een link naar de humane situatie is, is niet duidelijk.

Interacties

Olijfolie in het dieet bevordert de opname van MK-7 aanzienlijk, zozeer zelfs dat carboxylatiegraad van het osteocalcine significant hoger was (37).

MK-7 is vanuit yoghurt beter opneembaar dan vanuit een supplement (55); niet vreemd want is in de yoghurt natuurlijk al flink ‘gedispergeerd’.

Bioprocessing van soja met verschillende microorganismen leveret hogere gehaltes aan diverse substanties op onder andere levert het ook meer MK-7 op (56).

Vitamine K2 en ACE-remmer perindopril  remmen bij de rat door angiogeneseremming  de inductie van leverkanker door diethylnitrosamine. De combinatie van K2 en de ACE-remmer bleek het best (19). K2 blijkt in vitro  met de multikinaseremmer sorafenib (ook een angiogeneseremmend effect) de groei van het HCC in vitro synergetisch te remmen (44).

Interessant in dit verband is dat K2 leverregeneratie bij de rat bevordert (48).

Vitamine K2 blijkt in vitro hyperthermie tegen kanker te bevorderen door het heat shock-proteine te remmen (18), net als vitamine C en quercetine doen (zie mijn boek ‘Voedingsinterventie bij kanker’), maar ook curcuma doet (20).

K2 en een acyclisch retinoid remmen in vitro synergetisch de groei van een HCC (30). K2 en metabolieten potentieren in vitro ook de anti-leukemiewerking van ATRA (32).

Vitamine K2 remt met ethanol synergetisch hepatoomcellen in de groei doordat ethanol cytochroom P450 2E1 induceert, wat de tumorremmende werking van vitamine K weer activeert (53).

Uiteraard is K2 ook een antagonist van warfarine!

Conclusies

MK-7,8 en 9 zijn zeer sterk omgekeerd gecorreleerd aan een lagere sterfte aan hart- en vaatziekten. K2 blijkt bij gezonden ook de cardiac output bij inspanning te vergroten.

Het antiosteoporotische effect van vitamine K2 ingeval van osteopenie/osteoporose staat als een huis. Ook staat het vast dat vitamine K2-suppletie in geval van osteoporose de kans op botbreuken verlaagt.

Indien hepatitis C en levercirrhose onder de leden verlaagt K2 de kans op een hepatocellulair carcinoom. Epidemiologisch en dierexperimenteel onderzoek wijst ook ten aanzien van andere kankersoorten op preventieve mogelijkheden van K2.

K2 vertraagt mogelijk het beloop van het HCC, maar vergroot de genezingskans niet.

K2 plus alfacalcidol lijkt zinvol bij het myelodysplastisch syndroom.

Vitamine K2 is zinvol bij asthma.

Vitamine K2 verbetert de insulinegevoeligheid.

E Valstar

Literatuurlijst

1)Hirota Y et al; J Biol Chem 2013 Nov 15;288(46):33071-80;PMID 24085302.

2)McFarlin BK et al; Altern Ther Health Med. 2017 Jul;23(4):26-32; PMID 28646812.

3)Mansour AG et al; J Am Soc Hypertens. 2017 Jul 13; PMID 28756183.

4)Kurnatowska I et al; Pol Arch Med Wewn 2015;125(9):631-40; PMID 26176325.

5)Thijssen HH et al; Br J Nutr 2006 feb;95(20:260-6;PMID 16469140.

6)Iwamoto J et al; J Orthop Sci 2000;5(6):546-51;PMID 11180916.

7)Somekawa Y et al; J Clin Endocrinol Metab 1999 Aug;84(8):2700-4;PMID 10443663.

8)Tsuchida A et al; Hepatogastroenterology 2011 Mar-Apr;58(106):290-7;PMID 21661384.

9)Hidaka T et al; J Bone Miner Metab 2002;20(4):235-9;PMID 12115070.

10)Thijssen HH et al; Br J Nutr. 2002 Mar;87(3):219-26; PMID 12064330.

11)Shiomi S et al ; Am J Gastroenterol. 2002 Apr; 97(4):978-81; PMID 12003435.

12)Yonemura K et al; Am J Kidney Dis. 2004 Jan;43(1):53-60; PMID 14712427.

13)Shiraki M et al; J Bone Miner Res 2000 Mar;15(3):515-21; PMID 10750566.

14)Cockayne S et al; Arch Intern Med. 2006 Jun 26;166(12):1256-61; PMID 16801507.

15)Geleijnse JM et al; J Nutr 2004 Nov;134(11):3100-5;PMID 15514282.

16)Habu D et al; JAMA 2004 Jul 21;292(3):358-61; PMID 15265851.

17)Sato Y et al; Bone 1998 Sep;23(3):291-6; PMID 9737352.

18)Shimohara S et al; Int J Oncol 2005 Dec;27(6):1527-33;PMID 16273208.

19)Yoshiji H et al; J Hepatol 2005 May;42(5):687-93;PMID 15826718.

20)Huang HC et al; J Agric Food Chem 2011 jun 22;59(12):6765-75;PMID 21598989.

21)Sato Y et al; Bone 2002 jul;31(1):114-8;PMID 12110423.

22)Sato Y et al; Bone 2005 jan;36(1):61-8;PMID 15664003.

23)Ronn SH et al; Eur J Endocrinol 2016 dec;175(6):541-9;PMID 27625301.

24)Emaus N et al; Osteoporos Int. 2010 Oct;21(10):1731-40;PMID 19937427.

25)Kameda T et al; Biochem Biophys res Commun 1996 Mar 27;220(3):515-9;PMID 8607797.

26)Nimptsch K et al; Am J Clin Nutr 2008 Apr;87(4):985-92 ; PMID 18400723.

27)Otsuka T et al; Intern Med. 2007;46(11):711-5;PMID 17541221.

28)Enomoto M et al; Int J Mol Med 2007 Dec;20(6):801-8; PMID 17982686.

29)Ogawa M et al; Int J Oncol 2007 Aug;31(2):323-31;PMID 17611688.

30)Kanamori T et al; Cancer Sci 2007 Mar;98(3):431-7; PMID 17270033.

31)Gast GC et al; Nutr Metab Cardiovasc Dis 2009 sep;19(7):504-10; PMID 19179058.

32)Yaguchi M et al; Leukemia 1997 Jun;11(6);779-87; PMID 9177427.

33)Pucaj K et al; Toxicol Mech Methods 2011 sep;21(7):520-32;PMID 21781006.

34)Akiyama N et al; Leuk Res 2010 sep;34(9):1151-7;PMID 20569983.

35)Knapen MH et al; Thromb Haemost 2015 May;113(5):1135-44;PMID 25694037.

36)Kojima K et al; Hepatogastroenterology 2010 Sep-Oct;57(102-103):1264-7;PMID 21410069.

37)Bruge F et al; Br J Nutr 2011 Oct;106(7):1058-62; PMID 21736837.

38)Kimur I et al; Acta Med Okayama, 1975 apr;29(2):127-35; PMID 51576.

39)Kakizaki S et al; J Gastroenterol Hepatol 2007 Apr;22(4):518-22;PMID 17376044.

40)Choi HJ et al, Diabetes Care 2011 Sep;34(9):e147;PMID 21868771.

41)Vos M et al; Science 2012 Jun 8;336(6086):1306-10;PMID 22582012.

42)Iwamoto J et al; Calcif Tissue Int. 2012 Jan;90(1):50-9;PMID 22080166.

43)Hotta N et al; Hepatogastroenterology 2007 Oct-Nov;54(79):2073-7;PMID 18251162.

44)Zhang Y et al; Clinics (Sao Paulo). 2012 Sep;67(9):1093-9;PMID 23018309.

45)Hegarty JM et al; Development 2013 apr;140(8):1713-9;PMID 23533172.

46)Ishizuka M et al; Anticancer Res. 2012 Dec;32(12):5415-20; PMID 23225445.

47)Yoshida H et al; Hepatology 2011 Aug;54(2):532-40;PMID 21574174.

48)Lin M et al; Curr Mol Med 2014 Mar;14(3):361-9;PMID 24236453.

49)Fulton RL et al; J Nutr Health Aging 2018 Mar;20(3):325-33; PMID 26892582.

50)Onodera K et al; Jpn J Pharmacol 2001 Mar;85(3):335-7; PMID 11325029.

51)Aral K et al; J Periodontol. 2015 May,86(5):666-73;PMID 255691094.

52)Dam V et al; J Clin Endocrinol Metab. 2015 Jun;100(6):2472-9; PMID 25835288.

53)Li L et al; Int J Oncol. 2017 May;50(5):1832-8; PMID 28339022.

54)Gancheva SM en Zhelyazkova-savova MD; Folia Med (Plovdiv0.2016 Dec 1;58(40:264-272;PMID 28068285.

55)Knapen MH et al; Eur J Clin Nutr 2016 Jul;70(7):831-6; PMID 26908424.

56)Puri A et al ; J Food Sci Technol 2015 Dec;52(12):8228-35; PMID 26604398.

57)Zaragatski E et al ; Kidney Int. 2016 Mar;89(3):601-11;PMID 26466318.

Posted in Nieuws, Valstar by mierlohout
11 september 2017

We hebben een aantal bijsluiters aangepast. Soms is het een juridisch zinnetje dat er bij komt, maar bij een aantal zijn er serieuzere wijzigingen. Het gaat om de volgende geneesmiddelen:

Ook de gebruikersinformatie van Monachol is aangepast.

 

Posted in Cornelissen, Nieuws by mierlohout
1 september 2017

De farmacotherapeutische rationale van Huperzine-A 50 mcg is opnieuw bekeken. Klik hier voor de beoordeling.

Elke 2 jaar controleren we of onze geneesmiddelen nog steeds farmacotherapeutisch rationeel zijn. Dat wil zeggen dat de effectiviteit, veiligheid en meerwaarde nog steeds bewezen zijn volgens de laatste stand van de wetenschap.

(In gewone taal: we bewijzen dat het logisch is dat een arts dit geneesmiddel voorschrijft.)

We doen deze beoordelingen naar aanleiding van de regels die de Inspectie voor de Gezondheidszorg aan doorleverende apotheken heeft opgelegd. IGZ hanteert deze regels, omdat de kwaliteit van onze bereidingen zeer hoog moet zijn. In tegenstelling tot bij een openbare apotheek maken veel meer patiënten gebruik van onze bereidingen.

Posted in Cornelissen, Nieuws by mierlohout
28 augustus 2017

Inleiding

Lycopeen is een carotenoide, dat door het lichaam niet in vitamine A kan worden omgezet. Juist vanwege de alternerende dubbele band is het een sterk anti-oxydant (1). Er zijn echter veel meer redenen om lycopeen preventieve en therapeutische effecten bij  kanker toe te dichten ; zie bijvoorbeeld 2. In dit artikel wil ik mij beperken tot lycopeen en kanker en wel specifiek lycopeen en prostaatkanker. Ik zal achtereenvolgens epidemiologisch onderzoek en de RCT’s (randomised controlled trials) in respectievelijk de preventieve en therapeutische sfeer bespreken.  Vervolgens zal ik het nut van lycopeen bij andere ziekten, zoals dat uit RCT’s gebleken is bespreken en dan nog respectievelijk de mogelijke mechanismen in relatie tot kanker en de interacties, zoals die uit experimenteel onderzoek naar voren lijken te komen. Er wordt afgesloten met een aantal conclusies en discussie.

Epidemiologisch onderzoek

Peters et al (3) vinden in een wat zij noemen prospectief onderzoek geen beschermend effect van lycopeen tegen prostaatkanker. Het is evenwel geen  echt prospectief onderzoek, maar een case-control-studie van geringe omvang en dus van geringe importantie. In een ook qua grootte vergelijkbaar onderzoek vonden Giovannuci et al (4) wel een inverse relatie tussen de lycopeeniname en het risico op prostaatkanker en wel het meest expliciet voor tomatensaus en prostaatkanker.  Nomura et al  (5) vonden in een niet prospectief onderzoek met grotere aantallen geen duidelijke aanwijzingen voor preventie van prostaatkanker door lycopeen. Kristal et al (11) vonden in een retrospectief onderzoek ook geen bewijs voor een preventieve werking van lycopeen ten aanzien van prostaatkanker. Veel beter zijn echte prospectieve onderzoeken met vaak grotere aantallen. Gann et al (6) deden er een gerelateerd aan de Physicians Health Study : zij vonden een duidelijke inverse relatie tussen lycopeen en de kans op prostaatkanker. Huang et al (7), maar ook Schuurman et al (8) konden echter weer geen preventieve rol van lycopeen ten aanzien van prostaatkanker aantonen. Het grootste prospectieve onderzoek, dat ik ken (137001 mannen werden er gevolgd!), laat een duidelijke inverse relatie tussen lycopeen en de kans op gevorderde prostaatkanker zien (9). Karppi et al (10) vervolgden slechts 997 mannen, bij wie later in 144 gevallen kanker werd geconstateerd ; zij vonden wel een inverse relatie tussen lycopeen en de totale kans op kanker, maar niet apart voor lycopeen en prostaatkanker, wat met deze kleine aantallen uiteraard bijna ondoenlijk is.

Grant (12) deed een ecologische studie : hij bekeek de prostaatkankersterfte in 41 landen en vergeleek deze met de tomaatconsumptie aldaar. Hij vond een duidelijke omgekeerde relatie.

In de genoemde epidemiologische studies spelen ‘confounding factors’ , zoals de term aangeeft een verstorende rol. Ook al is prospectief onderzoek beter en zeker wanneer het ook grotere aantallen betreft, randomised controlled trials (RCT’s) blijven mits goed uitgevoerd superieur. Het niveau van epidemiologisch onderzoek kan evenwel omhoog door voor storende factoren zoveel mogelijk te corrigeren en de onderzoeken op te tellen : we hebben het dus over meta-analyses (van epidemiologisch onderzoek). Zo’n analyse heeft bijvoorbeeld Giovannucci (13). Hij komt speciaal wanneer hij met de hoeveelheid lycopeen in de voeding rekening houdt op grond van 15 studies tot een positieve conclusie : lycopeen verlaagt het risico op prostaatkanker. Etminan et al (14) komen in een andere meta-analyse met 11 case-control en 10 cohortstudies (de laatste hebben de meeste zeggingskracht) tot eveneens een positieve conclusie.  In een derde meta-analyse, die ik vond, van Dagnelie et al (15), komt men wederom tot de conclusie, dat lycopeen de kans op prostaatkanker vermindert.

Gerandomiseerd onderzoek in de preventieve sfeer

Mohanty et al (16) gaven 40 patienten met intraepitheliale neoplasie van de prostaat (en dus een sterk verhoogd risico op prostaatkanker)  2 keer daags 4 mg lycopeen dan wel  niets extra’s.  Na een jaar bleek de PSA in de lycopeen-groep minder gestegen en was er in deze groep minder prostaatkanker. Dit is opmerkelijk, want er is geen bewijs dat een placebo uberhaupt het kankerrisico kan verminderen. Bunker et al (17) deden eveneens een gerandomiseerd onderzoek zonder placebo en wel bij Afro-Caribiese mannen met eveneens intraepitheliale neoplasie in de prostaat.  Zij gaven 81 mannen dagelijks een multivitamine met wel of geen 30 mg lycopeen. Hier bleek  na 1 dan wel 4 maanden geen effect op de PSA. Veel interessanter was natuurlijk een langere follow-up geweest om de prostaatkankerincidentie goed te wegen. Kortom er zijn aanwijzingen dat lycopeen bij risico-patienten de ontwikkeling van prostaatkanker vertraagt. Het onderzoek van Schwarz et al (19) pleit zeker niet tegen het voorgaande : bij mannen met een vergrote prostaat en stijgende PSA bleek  dagelijks 15 mg lycopeen de PSA-spiegel bij mannen met benigne hyperplasie in vergelijking met placebo te doen dalen, terwijl de prostaat niet groter werd, zulks in tegenstelling tot de placebogroep!

Een dwarsstraat : ook catechinen uit groene thee blijken in een gerandomiseerd dubbelblind onderzoek bij 60 risicopatienten de kans op prostaatkanker aantoonbaar te verlagen (18). Binnen een jaar waren er 9 kankergevallen in de placebo- en slechts 1 in de catechinengroep!

Er zijn verder aanwijzingen dat lycopeen de kans op nog meer vormen van kanker vermindert. Zo vinden Vrieling et al (60) in een RCT met placebo, dat  dagelijks 30 mg lycopeen bij personen met een vergroot risico op darmkanker, de spiegels van ‘insulin-like-growth-factor binding protein 1 en 2’ verhoogt ; dit past bij een mogelijk preventieve werking van lycopeen ten aanzien van het ontstaan van darmkanker.

Gerandomiseerd onderzoek in de therapeutische sfeer.

Kucuk et al (20) gaven mannen die vanwege lokale prostaatkanker op de nominatie stonden voor prostatectomie op gerandomiseerde basis dagelijks  3 weken lang 2 keer 15 mg lycopeen (15 mannen) dan wel geen lycopeen extra (11 mannen). Bij operatie bleek dat de tumoren in de lycopeengroep  zoals verwijderd aan de rand vaker tumorvrij waren en was er minder vaak naast de kanker intraepitheliale neoplasie aanwezig. De PSA was in de lycopeengroep gedaald en in de controlegroep gestegen, alleen deze variabele was in tegenstelling tot de eerste 2 niet significant verschillend.

Ansari en Gupta (21) deden bij 54 mannen met vergevorderde prostaatkanker na randomisatie het volgende : beide groepen ondergingen orchidectomie, maar slechts 1 groep kreeg er 2 keer daags 2 mg lycopeen bij. Na zes maanden bleek er in de lycopeen-groep vaker van een complete respons sprake en bleef progressie lager uit. De auteurs meenden ook dat  de lycopeengroep langer leefde, maar dat laatste is onjuist ; ze leefden wel langer, maar dit  verschil was in tegenstelling tot de eerder genoemde 2 variabelen, die verschilden, in dit onderzoek niet significant verschillend. Schroder et al (22) vonden met de combinatie van lycopeen, soja, isoflavonen, mariadistel en andere antioxydanten tezamen bij patienten die regulier waren behandeld en waarbij de PSA weer steeg, in vergelijking met placebo een 3 keer zo langzame stijging van de PSA dan met placebo.

Kumar et al (23) gaven mannen die op de nominatie stonden voor prostatectomie geen lycopeen dan wel 15, 30 of 45 mg lycopeen per dag een maand lang op gerandomiseerde basis. De eerste constatering was dat de gemiddelde lycopeenspiegel van de proefpersonen bij aanvang lager was dan het gemiddelde van  mannen van hun leeftijd. Lycopeen bleek veilig in genoemde doses (dit testen was de eerste doelstelling van hun onderzoek). Verder bleek het testosterongehalte niet te veranderen, maar het oestrogeengehalte wel : het steeg. Hun conclusie was ook (en dat is zoals verderop zal blijken een open deur intrappen) lycopeen nog wel eens op andere manieren iets tegen prostaatkanker zou kunnen doen, dan in de rol van antioxydant.

Vaishampayan et al (24) gaven op gerandomiseerde basis of 15 mg lycopeen  of 15 mg lycopeen plus 40 mg van een isoflavonenmengsel aan respectievelijk 38 en 33 mannen met prostaatkanker met stijgende PSA. Het bleek dat de ziekte bij respectievelijk 35 en 22 patienten stabiel bleef. De auteurs concludeerden terecht dat deze percentages aantonen dat de PSA in vergelijking met de verwachting vaker dan toevallig stabiel bleef. Wat zij misten is dat de PSA in de lycopeen alleen-groep vaker dan toevallig stabiel werd in vergelijking met de groep die lycopeen plus isoflavonen kreeg ; het verschil is zelfs tweezijdig getoetst met chi-kwadraat nog significant (P kleiner dan 0,05 ; zie 25). Dit onderzoek pleit er dus ook voor om isoflavonen in ieder geval niet tegelijkertijd met lycopeen in te nemen. Op interacties van lycopeen met nutrienten en medicamenten wordt verderop nader ingegaan. Samenvattend kunnen we zeggen dat uit de referenties 20, 21 en 23 voldoende bewijs naar voren komt, dat lycopeen de progressie van bestaande prostaatkanker op z’n minst vertraagt en referentie 22 spreekt dat zeker niet tegen.

Rol lycopeen blijkens RCT’s bij andere ziekten

Lycopeen in een dosering van 30 mg per dag bij patienten met door sporten geinduceerde asthma dit fenomeen in vergelijking met placebo tegen te gaan (26).

Een meta-analyse (!) van 12 interventiestudies laat zien dat lycopeensuppletie de systolische bloeddruk verlaagt en dat het LDL-cholesterol bij een suppletie van meer dan 25 mg per dag met zeker 10% verlaagt wordt, een effect dat volgens de onderzoekers kwantitatief vergelijkbaar is met dat van statines (27). Diabetes gaat vaak samen met cardiologische problematiek ; diabetes verergert en kan mentale achteruitgang bevorderen ; in ieder geval gaat lycopeen althans bij proefdieren dit laatste ook tegen (58). In een RCT vinden Neyestani et al (59) in overeenstemming met het voorafgaande, dat 10 mg lycopeen per dag in vergelijking met placebo  bij patienten met diabetes type-2 de oxydatieve stress vermindert en het IGM doet stijgen.

Dagelijks 16 mg lycopeen extra in olijfolie blijkt in een onderzoek bij 20 gezonde vrouwen in vergelijking met olijfolie verbranden van de huid significant tegen te gaan (28). Chandra et al (29) vonden in onderzoek met 18 personen met gingivitis  met dagelijks 8 mg lycopeen in vergelijking met placebo binnen 2 weken een duidelijke vermindering van de gingivitis. Lycopeen zou aan het lijstje orthomoleculaire middelen dat ik eerder in de Orthomoleculaire Koerier (30) beschreef  voor periodontitis toegevoegd kunnen worden. Verder blijkt lycopeen in een dagdosis van 16 mg lycopeen in een RCT ook effectief tegen orale submuceuze fibrose (65). Voorts blijkt lycopeen in RCT’s orale leukoplakie te laten afnemen ; het is echter niet duidelijk of lycopeen de kans op maligne ontaarding van leukoplakische plekken vermindert (71).

Lycopeen : (mogelijke) werkingsmechanismen in relatie tot kanker.

Werkingsmechanismen, juist ook van natuurlijke antikankermiddelen, zijn heel ingewikkeld en staan in hoge mate niet los van elkaar. Nochtans zal ik ook wat werkingsmechanismen betreft, proberen een plaatje van lycopeen te schetsen.

A)Chen et al (31) gaven 32 patienten voor prostatectomie 3 weken lang 30 mg lycopeen dan wel geen extra lycopeen. Na operatie bleek  DNA-beschadiging in de lycopeen-groep aantoonbaar minder dan in de controle-patienten. Dit suggereert dat de antioxydantwerking van lycopeen bij preventie en remming van de progressie van prostaatkanker van belang is. Zie ook 34.

B) In relatie tot het onderzoek van Chen et al, vonden Bowen et al (32) ten opzichte van eerder bij de lycopeengebruikers een daling van de PSA, maar ook zo goed als zeker in relatie hiermee in ieder geval, een toename van apoptose (zelfdoding van kankercellen) in de prostaatkankers.

C)Overigens lijkt het er ook op dat lycopeen ook prostaatkanker in de groei remt door remming van de gewone delingscyclus (36).

D)Talvas et al (33) vonden dat lycopeen bepaalde genen sterker tot expressie  en andere genen juist minder tot expressie doet komen. Vrijwel zeker is ook dit van belang.

E)Yang et al (35) vonden bij muizen ook een remming van de ‘vascular endothelial growth factor’ (VEGF) door lycopeen.  Dit wijst erop dat angiogenese-remming ook tot het antitumor-potentieel van lycopeen behoort.

F)Campbell et al (37) vonden dat lycopeen bij ratten het serumtestosteron kan verlagen ; mogelijk speelt dit ook bij de mens.

G)Verder blijkt lycopeen in celkweek de aanmaak van androgeenreceptoren te remmen (38) ; ook dit is defacto een anti-hormonaal effect : mogelijke stimulatie van de groei door testosteron wordt dan immers minder!

H)Stimulering van bepaalde kernreceptoren in plaats van remming remt ook de groei van prostaatkanker : juist lycopeen activeert deze (het gaat hier om de PPAR-gamma – en de LXR-alpha-receptor ; 39).

I)Eicosanoiden die de groei van prostaatkanker kunnen stimuleren kunnen of via cyclooxygenase (COX) of via lipoxygenase (LOX) en vooral via het 5-lipoxygenase (5-LOX) gemaakt worden : metabolieten van lycopeen remmen dit laatste enzym evenwel (40).

Er zijn dus vermoedelijk zeker 9 redenen en die dan nog deels interacteren, waarom lycopeen de groei van prostaatkanker kan remmen.

Interacties

Lycopeen uit tomatenpuree wordt duidelijk beter opgenomen dan lycopeen zittend in rauwe tomaten (41). De onderzoekers concludeerden terecht, dat de voedselmatrix een forse invloed heeft op de lycopeenopname. Al bevordert olijfolie de lycopeenopname, tot hogere lycopeenspiegels voert dat niet (42). De temperatuur is vermoedelijk met betrekking tot de puree een cruciale factor  om de voedselmatrix te veranderen : verhitting verbetert de bioavailability van lycopeen(64). Een en ander past ook bij de expliciet positieve bevindingen met betrekking tot  lycopeen onder ‘Epidemiologisch onderzoek’. Zuniga en Erdman (43) vonden dat bij de combinatie van sojakiemen en tomatenpoeder de opname van zowel caroteen als lycopeen lager was dan wanneer sojakiemen er niet bij werden gegeven ; de opname van isoflavonen uit de kiemen was echter met tomatenpoeder erbij weer beter. De lagere lycopeenopname in dit onderzoek  past bij wat  Vaishampayan et al (24) bij mensen vonden. In vitro blijken lycopeen en vitamine D3 elkaars antitumorwerking tegen leukemiecellen te versterken ; mogelijk is dat ook zo ten aanzien van prostaatkankercellen (44). Tang et al (45) vonden dat eicosapentaeenzuur (EPA) en lycopeen in vitro synergetisch de groei van darmkanker remmen! Er zijn echter ook interacties met cytostatica : zo versterkt lycopeen in vitro de werking van taxotere tegen prostaatkanker (46). Donukan et al (47) vonden dat tomatenlycopeen-complex  bij ratten de bijwerkingen van cisplatin op de nieren vermindert. Lycopeen blijkt ook bij ratten apoptosis door cisplatin in gezonde testikels tegen te gaan (48). Er is overigens geen enkele aanwijzing, dat  lycopeen los van de eigen anti-kankereigenschappen de antikankerwerking van cisplatin vermindert.

Lycopeen zittend in een natuurlijk extract : lycopeen phytocomplex potentieert apoptosis  door photodynamische therapie van HL 60 leukemiecellen in vitro, terwijl zuivere lycopeen dat niet doet (49). Voorts blijken hoge doses lycopeen bij muizen tegen hoge doses kwik te beschermen (50) ; zie ook 51 en 63. Lycopeen in een dosering van 5 mg per kg lichaamsgewicht per dag vermindert  bij ratten gewichtsverlies samenhangend met gastrointestinale toxiciteit door bestraling (52). Saada et al  vinden met een gelijke dosis bij albino-ratten eveneens een vermindering van de bijwerkingen van bestraling (53). Interessant in dit verband is een RCT (55) bij 50 patienten met een hoog-gradig glioom, die allen bestraald werden en daarbij 8 mg lycopeen dan wel een placebo kregen : er waren in de lycopeengroep niet significant meer regressies (P=0,1) ; ook de tijd tot progressie was in de lycopeengroep langer (40,83 versus 26,74 weken voor de placebo-groep) ; P= 0,089 ; wel significant langer voor de lycopeengroep was de observatieduur (66,29 versus 38,71 weken ;P=0,05), wat een bewijs is voor langer een goede kwaliteit van leven.

Turk et al (56) vonden dat de combinatie van lycopeen en ellaginezuur (o.a. frambozen en druiven!) bij ratten in doseringen van respectievelijk 10 en 2 mg per kg lichaamsgewicht de toxische werking op de testikels van 15 mg cyclofosfamide per lichaamsgewicht aantoonbaar verminderde (56). Of lycopeen invloed heeft op de antitumorwerking van cyclofosfamide is (mij) niet bekend.

Lycopeen blijkt bij proefdieren (5 mg per kg lichaamsgewicht per dag) longfibrose als bijwerking van bleomycine op z’n minst enigermate tegen te gaan (57). Of er een interactie is op anti-tumorniveau is niet bekend.

Lycopeen blijkt de werking van ciprofloxacine tegen bacteriele prostatis bij althans ratten aantoonbaar te potentieren (61).

Lycopeen blijkt verder bij proefdieren cadmiumintoxicatie (6,6 mg per kg lichaamsgewicht per dag), die tot gewichtsverlies in zoverre tegen te gaan dat gewichtsverlies wordt voorkomen (door 10 mg lycopeen per kg lichaamsgewicht per dag) (62).

Voorts blijkt  lycopeen de toxiciteit van aflatoxine bij proefdieren sowieso al tegen te gaan door remming van fase-1-ontgifting en stimulering van juist de fase-2 ontgifting (66).

Verder blijkt lycopeen  (4 mg per kg lichaamsgewicht ; 10 dagen lang)  althans bij proefdieren ook tegen de cardiotoxiciteit van adriamycine (10 mg per kg lichaamsgewicht ; 10 dagen lang) te beschermen (67 ; zie  ook 68 : reeds 1,7 mg lycopeen per kg i.p. geeft zekere bescherming). Over de mogelijke interacties van lycopeen met adriamycine is niets bekend, maar ik vermoed dat die zeker niet negatief is.

In een RCT bij gezonden is verder gevonden dat beta-caroteen de opname van lycopeen bevordert (69). Verder blijken lycopeen en vitamine E elkaar qua anti-oxydantcapaciteit enorm te versterken (70).

Duidelijk mag zijn dat wanneer je het over een stof uit de voeding hebt, kennis van de interacties van deze stof met andere voedingsstoffen en reguliere middelen gewenst is.

Conclusies en discussie

Conclusies :

A)Lycopeen vertraagt op z,n minst het ontstaan van prostaatkanker bij risicopatienten.

B)Lycopeen vertraagt ook op z’n minst bestaande prostaatkanker.

C) Lycopeen is ook bij andere ziekten zinvol, bijvoorbeeld hart- en vaatziekten : het verlaagt de bloeddruk en heeft een gunstig effect op de bloedlipiden ; het kan leukoplakie terugdringen ; is gunstig bij diabetes ; het is gunstig bij gingivitis ; gaat verbranden tegen en is werkzaam tegen submuceuze fibrose.

D) Er zijn vele gunstige interacties met voedingsstoffen en geneesmiddelen.

Zelf neem ik om al het vorenstaande, ook al komt er in de familie geen prostaatkanker voor, dagelijks 5 mg lycopeen.

Dr. E Valstar

 

Literatuurlijst

1)Rao AV en Rao LG ; Pharmacol Res 2007 Mar; 55(3):207-16 ; PMID 17349800.

2)Palozza P et al ; Carcinogenesis 2010 Oct;31(10):1813-21; PMID 20699249.

3)Peters U et al ; Cancer Epidemiol biomarkers Prev 2007 may;16(5);962-8;PMID 17507623.

4)Giovannucci E et al ; J Natl Cancer Inst. 1995 dec 6;87(23):1767-76;PMID 7473833.

5)Nomura AM et al ; Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 1997 Jul;6(7);487-91;PMID 923234.

6)Gann PH et al ; Cancer Res 1999 Mar 15;59(6):1225-30;PMID 10096552.

7)Huang HY et al ; Am J Epidemiol 2003 Feb 15;157(4):335-44;PMID 12578804.

8)Schuurman AG et al ; Cancer Causes Control 2002 Aug;13(6):573-82,PMID 12195647.

9)Key TJ et al ; Am J Clin Nutr. 2007  Sep;86(3):672-81;PMID 17823432.

10)Karppi J et al ; Ann Epidemiol 2009 Jul;19(7):512-8;PMID 19443241.

11)Kristal AR et al ; Am J Epidemiol 2010 ep 1;172(5):566-77; 20693267.

12)Grant WB ; Altern Med Rev. 1999 Jun;4(3):162-9; PMID 10383480.

13)Giovannucci E ; Exp Biol Med (Maywood). 2002 Nov;227(10):852-9;PMID 12424325.

14)Etminan M et al; Cancer Eoidemiol Biomarkers Prev 2004 Mar;13(3):340-5;PMID 15006906.

15)Dagnelie PC et al ; BJU Int. 2004 May;93(8):1139-50;PMID 15142129.

16)Mohanty NK et al ; Urol Oncol. 2005 Nov-Dec;23(6):383-5;PMID 16301113.

17)Bunker CH et al ; Nutr Cancer 2007;57(2):130-7;PMID 17571945.

18)Bettuzzi S et al ; Cancer Res 2006 Jan 15;66(2):1234-40;PMID 16424063.

19)Schwarz S et al ; J Nutr 2008 Jan;138(1):49-53;PMID 18156403.

20)Kucuk O et al ; Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2001 Aug;10(8):861-8;PMID 11489752.

21)Ansari MS en Gupta NP; BJU Int. 2003 Sep;92(4):375-8 ; PMID 12930422.

22)Schroder FH et al ; Eur Urol. 2005 Dec; 48(6):922-30 ; PMID 16263208.

23)Kumar NB et al; Clin Med Urol 2008 Apr 16;1:1-14;PMID 20354574.

24)Vaishampayan U et al ; Nutr Cancer 2007;59(1):1-7 ; PMID 17927495.

25)Wijvekate ML ; Verklarende statistiek ; 1972, 13e druk  ; Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen.

26)Neuman I et al; Allergy 2000 Dec;55(12):1184-9;PMID 11117277.

27)Ried K en Fakler P ; Maturitas 2011 Apr;68(4):299-310 ; PMID 21163596.

28)Rizwan M et al ; Br J Dermatol 2011 Jan;164(1):154-62; PMID 20854436.

29)Chandra RV et al ; Oral Health Prev Dent. 2007;5(4):327-36;PMID 18173095.

30)Valstar E ; De Orthomoleculaire Koerier, nummer 6 uit 2005 ; blz. 28-29.

31)Chen L et al; JNCI 2001 Dec 19;93(24):1872-9;PMID 11752012.

32)Bowen P et al; Exp Biol Med (Maywood) 2002 Nov;227(10):886-93;PMID 12424330.

33)Talvas J et al ; Am J Clin Nutr 2010 Jun;91(6):1716-24;PMID 20392890.

34)Van Breemen RB et al ; Cancer Prev Res (Phila). 2011 ; Mar 23 ; PMID 21430075.

35)Yang CM et al; Mol Nutr Food Res 2010 Dec 20;PMID 21174324.

36)Hwang ES en Bowen PE ; J Med Food 2004 Fall;7(3):284-9;PMID 15383220.

37)Campbell JK et al ; J Nutr 2006 Nov;136(11):2813-9 ; PMID 17056806.

38)Zhang X et al ; Chin Med J (Engl) 2010 Aug ; 123(16):2231-6;PMID 20819671.

39)Yang CM et al; J Nutr Biochem 2011 Feb 18; PMID 21334870.

40)Hazai E et al ; Bioorg Med Chem 2006 Oct 15 (20):6859-67;PMID 16837203.

41)Porrini M et al ; Br J Nutr 1998 Oct;80(4):353-61;PMID 9924277.

42)Ahuja KD et al; Nutrition 2006 Mar;22(3):259-65;PMID 16413753.

43)Zuniga KE en Erdman JW; J Agric Food Chem 2011 Mar 30 ; PMID 21449543.

44)Heber D en Lu QY; Exp Biol Med (Maywood) 2002 Nov;227(10):920-3; PMID 12424335.

45)Tang FY et al ; J Nutr Biochem 2009 Jun;20(6):426-34;2008;PMID 18708285.

46)Tang Y et al ; Neoplasia 2011 Feb;13(2):108-19;PMID 21403837.

47)Dogukan A et al ; Nutr Cancer 2011 Apr;63(3):427-34;PMID 21391123.

48)Turk G et al ; Phytomedicine 2011 Mar 15;18(5):356-61; PMID 20739166.

49)Ettore A et al; Exp Biol Med (Maywood) 2010 Sep; 235(9):1114-25;PMID 20660088.

50)Cavusoglu K et al ; J Environ Biol 2009 Sep;30(%Suppl):807-14;PMID 20143710.

51)Zefferino R et al ; J immunotoxicol 2008 Oct;5(4):353-60;PMID 19404869.

52)Andic F et al; Nutr Cancer 2009;61(6):784-8;PMID 20155616.

53)Saada HN et al ; Phytother Res 2010 Jun;24 Suppl 2:S204-8;PMID 20041432.

54)Zhou C et al ; Nutr Res 2008 Feb;28(2):122-30;PMID 19083398.

55)Puri T et al ; Neurol India 2010 Jan-Feb;58(1):20-3;PMID 20228458.

56)Turk G et al ; Reprod Fertil Dev 2010;22(4):587-96;PMID 20353718.

57)Zhou C et al; Nutr Res 2008 Feb;28(2):122-30;PMID 19083398.

58)Kuhad A et al ; Life Sci 2008 Jul 18:83(3-4):128-34;PMID 18585396.

59)Neyestani TR et al ; J Endocrinol Invest 2007 Nov;30(10):833-8;PMID 18075285.

60)Vrieling A et al ; Am J Clin Nutr 2007 Nov;86(5):1456-62;PMID 17991659.

61)Han Ch et al ; Int J Microb Agents 2008 Feb;31 Suppl 1:S102-7;PMID 17920247.

62)Rencuzogullari N en Erdogan S ; Biol Trace Elem Res. 2007 Aug;118(2):175-83.

63)Augusti PR et al ; Basic Clin Pharmacol Toxicol. 2007 Jun;100(6):398-402;PMID 17516994.

64)Unlu NZ et al ; Br J Nutr 2007 Jul;98(1):140-6;PMID 17391568.

65)Kumar A et al ; Oral surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod. 2007 Feb; 103(2): 207-13;PMID 17234537.

66)Tang L et al ; Toxicol Appl. Pharmacol. 2007 Feb 15;219(1):10-7;PMID 17229449.

67)Yilmaz S et al; Toxicology 2006 Feb 1;218(2-3):164-71;PMID 16325981.

68)Karimi G et al; Phytother Res 2005 Oct;19(10):912-4; PMID 16261525.

69)Johnson EJ et al ;  J Nutr 1997 Sep;127(9):1833-7;PMID 9278568.

70)Shi J et al ; Biofactors 2004;21(1-4):203-10;PMID 15630198.

71)Lodi G et al ; Cochrane Database Syst Rev 2006 Oct 18;(4):CD001829.

Posted in Nieuws, Valstar by mierlohout
24 augustus 2017

Inleiding

In de Orthomoleculaire Koerier (1) heb ik eerder beschreven hoe je met voeding en voedingssupplementen de bloeddruk kunt verlagen. Ook al is dat verhaal aan een update toe (foliumzuur verlaagt bijvoorbeeld ook de bloeddruk, 2 ; en wel al bij 400 mcg per dag, maar bij 800 mcg per dag nog beter), wil ik eerst uitgebreid ingaan op hoe je het cholesterolgehalte in gunstige zin kunt bijstellen. Daarbij zal ik ook  herhaaldelijk  nieuwe feiten met betrekking tot de bloeddruk noemen, welke als een aanvulling van mijn eerdere artikel over de bloeddruk beschouwd kan worden.

Omega-3-vetzuren

Vooral vette vis is rijk aan de omega-3-vetzuren EPA en DHA. Lijnzaadolie is een zeer goede bron van het omega-3-vetzuur alfalinoleenzuur.  Visolie is goed voor hart- en bloedvaten. Ebrahimi et al (3) zag bij mensen met een metabool syndroom met  180 mg EPA en 120 mg DHA  per dag, na zes maanden, een daling van het gewicht, de systolische bloeddruk, het totaal cholesterol, de triglyceriden, het CRP en het LDL. Kortom  omega-3-vetzuren-suppletie is goed voor mensen met een metabool syndroom. Poppitt SD et al (4) zagen bij patienten met een beroerte in de voorgeschiedenis na slechts 12 weken geen effect van  dagelijks 0,7 gram DHA en 0,3 gram EPA, maar zij waren ook zo slim om palmolie met sojaolie als placebo te nemen (soja bevat behoorlijk veel omega-3-vetzuren naast omega-6-vetzuren ; palmolie bevat slechts een weinig omega-3-vetzuren, maar behoorlijk veel omega-6-vetzuren ; zie hieronder en 18 : deze laatste werken ook gunstig ). Goede meta-analyses met betrekking tot omega-3-vetzuren van goed opgezette gerandomiseerde studies zijn ondubbelzinnig : HDL en de HDL/cholesterol-ratio gaan omhoog (43), maar belangrijker nog het vermindert de kans op een 2e hartinfarct en hoe hoger het risico, hoe  duidelijker er ook een verlaging van het bijbehorende sterfterisico was (44).

Verzadigd vet/olijfolie

Chen et al (13) vonden in een gerandomiseerd onderzoek met  een beperking van het verzadigd vet (ca. 2/3 minder) een daling van alle cholesterolparameters inclusief een daling van het HDL. De verhouding HDL/totaal cholesterol veranderde evenwel niet.  De betekenis hiervan is dus beperkt. Veel belangrijker is olijfolie, dat 12% linolzuur bevat (zie Wikipedia onder linolzuur) ; linolzuur verlaagt het cholesterol  en de triglyceriden ondubbelzinnig en verhoogt zelfs het HDL (18), al is dit vetzuur in het verleden door  Unilever te eenzijdig (in relatie tot Becel) gepromoot (tegenwoordig werkt Unilever veel meer juist ook met meer direkt van olijfolie  afgeleide produkten, olijfolie zelf en worden omega-3-vetzuren aan allerlei produkten toegevoegd ; o.a. aan Becel meen ik ; maar ja olijfolie en vette vis is en blijft een niet te overtreffen combinatie). Gerandomiseerde studies (en zeer veel basaal en aanvullend onderzoek) laten duidelijk zien, dat olijfolie expliciet gunstig is : zo vermindert suppletie met 2 of 4 gram olijfolie per dag (en 4 gram meer dan 2) ; de triglyceriden en Apo-B en explicieter de Apo-b/Apo-A1  gingen omlaag, wat alle drie gunstig is (15) ; zie ook (16).Dat olijfolie iets aparts heeft blijkt ook uit een vergelijking met de eveneens zeer gezonde oliezuurrijke zonnebloemolie (let op : lang niet alle zonnebloemoliesoorten zijn oliezuurrijk). Olijfolie blijkt de samenstelling van triacylglycerolen in VLDL-partikels meer in gunstige zin te beinvloeden : zo blijken dan alfa-linoleenzuur en DHA relatief vaker in de 2-positie van de triacylglycerolen voor te komen, wat gunstig is ; zie het gerandomiseerde onderzoek onder (17). Alles wijst erop dat olijfolie op basis van een hele serie verschillende stoffen gunstig is. Daarbij komt, dat olijfolie in gerandomiseerd onderzoek bij patienten met diabetes type 2 de bloeddruk blijkt te kunnen verlagen (19).

Het Meditterane dieet met minder verzadigd vet, meer (vette) vis en meer olijfolie i.p.v. boter (en uiteraard relatief noten, veel groenten en fruit plus wat rode wijn) blijkt gunstig. Zo vergeleken Estruch et al (20) in een RCT een dieet met weinig vet, met  2 Mediterrane dieten met het accent op olijfolie en noten : beide Mediterrane dieten lieten gunstiger uitslagen zien met betrekking tot glucoseparameters, cholesterol/HDL-ratio , alsmede met betrekking tot de bloeddruk. Veel ander onderzoek bevestigt dit en vaak nog explicieter ; denk aan de Lyon-Heart-Study, waarin binnen 5 jaar een duidelijke reductie van de sterfte aan kanker en hart- en vaatziekten werd gevonden.  (zie 21 en bronnen)

Terminalia arjuna

Tot poeder verwerkte bast van de Terminalia  arjuna-boom  in een dosering van 500 mg per dag blijkt in gerandomiseerd onderzoek (5)  significant het totaal cholesterol (-9,7%) en ook het LDL (-15,8%) te verlagen ; het bijbehorende HDL moet derhalve gestegen zijn.

Lycopeen

Dertig mg lycopeen per dag  verlaagde bij vrouwen met diabetes type 2 in vergelijking met placebo het totaal cholesterol en het LDL met respectievelijk  12 en 16 procent (6). Misra et al (7) vonden met dagelijks  2 mg lycopene bij vrouwen in de overgang een daling van het totaal cholesterol (-23,5%) ; een daling van het LDL met  19,6% en een toename van het HDL met 38,9 %. Kortom lycopeensuppletie lijkt zinvol om de cholesterolparameters in gunstige zin bij te stellen.

Chroom

Bij mannen, die beta-blokkers nemen blijken 3 keer 200 mcg chroom per dag  het HDL  te  doen stijgen, terwijl het totaal cholesterol en de triglyceriden niet veranderden (8). Press et al (9) gaven 28 vrijwilligers dagelijks hetzij 200 mcg chroompicolinaat, hetzij placebo en dat 42 dagen lang.  Apolipoproteine A-1, dat bij het HDL hoort steeg significant, al was de stijging voor het HDL net niet significant. De onderzoekers concluderen toch, dat ook in dit onderzoek chroom van belang blijkt om de cholesterolparameters te beinvloeden.  Chroomsuppletie om andere redenen heeft dus ook nog eens een gunstige bijwerking de lipiden.

Gember

Bordia A et al (10) vonden van dagelijks 4 gram gember in poedervorm bij hartpatienten in vergelijking met placebo  geen effect op  de lipidparameters. Alizadeh-Navaei et al (11) vonden bij vrijwilligers  met dagelijks 3 gram gember wel een effect : triglyceriden, totaal cholesterol, LDL en VLDL gingen omlaag. In deze studies heb ik evenwel twijfel over 3 keer 1 gram lactose als placebo. Hoe het ook is : gember is smakelijk en er zijn aanwijzingen dat het het bloed iets dunner maakt (12), wat gunstig is.

Silymarin

In een gerandomiseerd dubbelblind onderzoek bij patienten met diabetes type 2 bleek 3 keer 200 mg silymarin per dag niet alleen de glucoseparameters te verbeteren (silymarin moet dus ook in mijn diabetes type-2-protocol ; zie TvOG  nummer 5 uit 2009), maar bleek bij deze patienten ook het totaal cholesterol en de triglyceriden te verlagen (14).

Carnitine

Bij patienten met diabetes type 2 blijkt carnitine naast simvastatine het cholesterol niet extra te verlagen, maar wel het HDL te verhogen als ook de triglyceriden , maar het Apo-B en ook het lipoprotiene-A  (Lp-A) te verlagen (in vergelijking met uiteraard simvastatine alleen) (22).  Dit is allemaal gunstig. Solfrizzi et al (23) vonden bij patienten met diabetes type-2, dat simvastatine het  Lp-A  verhoogde (ongunstig), maar toevoeging van carnitine (dagelijks 2 gram)  gaf weer een verlaging van het Lp-A.  Het Apo-B en de lipidparameters  werden in dit onderzoek  niet door carnitine beinvloed (misschien door een betere farmacotherapie met simvastatine, waardoor carnitine  minder “ te doen heeft”). Toch is bij patienten met diabetes type 2, het overall beeld van carnitine in relatie tot cholesterol/hart-en vaatziekten gunstig : carnitine vermindert oxydatie LDL bij patienten met diabetes type 2 (24) ; in dit onderzoek daalden ook het LDL , de triglyceriden en het apolipoproteine A1 ; ook Derosa et al (25) vonden bij patienten met diabetes type 2 een verlaging van het lipoproteine A, maar met betrekking tot lipidvariabelen werd een significante verandering niet bereikt.

Koffie

Juist bij gekookte koffie komen i.t.t. gefilterde koffie  cafestol en kahweol in de koffie.  Deze stoffen verhogen het cholesterol, maar verlagen het ongunstige Lp(a). Er is derhalve met betrekking tot hart- en vaatziekten sprake van een dualistisch effect (26,27). Het totaaleffect is niet duidelijk. Turkse en Scandinavische koffie bevat het meeste van deze 2 stoffen (28).

Magnesium

Patienten met een recent hartinfarct kregen of  15 mmol  per dag of placebo.  Triglyceriden en het VLDL daalden Het HDL had de neiging door het magnesium te stijgen (30). Kortom extra magnesium lijkt  behalve van belang om de bloeddruk te verlagen (3), ook van belang om het  cholesterol en de triglyceriden bij te stellen.

Vitamine D

Bij patienten die moeten dialyseren blijken de cholesterolparameters (totaal cholesterol, LDL en HDL)  onder invloed van calciumsuppletie (4,5 gram calciumcarbonaat per dag) en pulsgewijze vitamine D3-suppletie niet te veranderen ; wel daalde de triglyceriden (30). Yeksan et al (31) vonden met 0,5 mcg vitamine D3 in vergelijking met placebo eveneens geen effect op de cholesterolparameters ; wel daalden ook hier de triglyceriden.  Scragg et al (32) vonden ook in de winter (wanneer de cholesterolwaarden gemiddeld ongunstiger zijn), geen effect van een enkele dosis van 2,5 mg  op deze waarden.  Andersen et al (33) vonden in een RCT bij Pakistani (met 10 of 20 mcg vitamine D per dag geen effect op de cholesterolparameters en ook niet op het triglyceridengehalte). Wel is het zo dat vitamine D samen met calcium in een gerandomiseerd dubbelblind onderzoek  bij patienten die aan het afvallen waren, het gunstige effect van dit afvallen op de lipidvariabelen (betere cholesterolparameters!) versterkten (34). De conclusie is derhalve dat er geen bewijs is dat vitamine D de cholesterolparameters gunstig beinvloedt ; hooguit is dit het geval wanneer het samen met calcium gegeven wordt bij mensen, die aan het afvallen zijn.

Knoflook

In een boek van Werbach en Murray  (35) vond ik 13 studies betreffende knoflook en cholesterol ; in 11 was er een aantoonbare verlaging van het cholesterol. Als we alle studies een gelijk statistisch gewicht toekennen en net doen of de 2 neutrale studies het omgekeerde aantonen, dan nog vind ik met een T-toets (36) een significante verlaging van het cholesterol door knoflook (P tweezijdig kleiner dan 1%). Kijk ik naar de recentere studies dan vind ik 4 RCT’s, waarvan 3 positief voor knoflook  (37,38.39) en 1 vindt geen effect  (40); neem ik deze 4 met de dezelfde veronderstellingen mee met de eerste dertien, dan wordt het totaalbeeld voor knoflook nog gunstiger, zeker wanneer ik in aanmerking neem dat gerandomiseerde studies en ook metaanalyses laten zien dat knoflook indien er sprake is van een verhoogde bovendruk, de bloeddruk door knoflook verlaagt wordt (zie bijvoorbeeld 41) en er ook nog eens sterke aanwijzingen zijn dat knoflook aderverkalking  tegengaat (42).

Artisjokken

Artisjokkenextracten  blijken in vergelijking met een placebo het cholesterol in gunstige zin te beinvloeden. Zo vinden Petrowicz et al (45) met 3 keer 640 mg van een artisjokkenextract een daling van de triglyceriden en een bijna significant stijgende trend voor het HDL.  In 2 recentere  onderzoeken  blijkt het cholesterol aantoonbaar te dalen en steeg het HDL in een onderzoek aantoonbaar (46,47).Mijn overall conclusie is dat artisjokkenextracten het cholesterol doen dalen.

Groene thee

Groene theeextract bevat catechinen : dit blijkt in een RCT met gezonde personen in een dosering van 500 mg per dag oxydatie van het LDL te remmen (48).  Erba et al (49) vonden in een gerandomiseerd onderzoek bij gezonde personen met 2 kopjes groene thee (bevatten ca. 250 mg catechines) een toename van de antioxydatief vermogen  in het plasma, maar ook een aantoonbare daling van het LDL.  Nagao et al (50) vonden in een RCT met een groene thee-extract met 583 versus 98 mg catechinen een daling van het lichaamsgewicht, BMI, het viscerale vet en van het subcutane vet. Ook de bloeddruk, het totale cholesterol en het LDL daalden eveneens. Batista  Gde et al (51)  vonden met 250 mg droog  extract van groene thee in vergelijking met placebo eveneens een daling van het totale cholesterol en het LDL ; de triglyceriden, het HDL en Apo-B werden niet beinvloed. Nantz et al (52) vonden in een RCT wederom een daling van het LDL-cholesterol, maar ook een bloeddrukdaling ; in dit geval met een gedecaffeineerd groene theeextract. Matsuyama et al (53) vonden met 576 mg catechinen versus 75 mg catechinen een afname van de omtrek om de heupen, de bloeddruk en het LDL.

Kortom catechinen uit groene thee verlagen het cholesterol en voor zover onderzocht verlagen ze ook de bloeddruk en het gewicht. Dit laatste heb ik ook in het TvOG gepubliceerd (54).

Nicotinezuur (niacine)

In patienten, die met statines worden behandeld en nog een laag HDL hebben blijken met nicotinezuur binnen een jaar een forse stijging van hun HDL-C te hebben en een aantoonbare afname van de arteriosclerose in de carotiden (55).  Een meta-analyse laat zien dat niacine bij vrouwen de triglyceriden meer verlaagt dan bij mannen ; met betrekking tot het totaal cholesterol e.d. was er geen verschil tussen de sexen (56). Bruckert et al (57) vonden op basis van 11 gerandomiseerde studies dat niacine  (1-3 gram per dag) atherosclerose vermindert, maar ook de kans op hartinfarcten.  Duggal JK et al (58) vinden  met niacine in een zeer recente meta-analyse : een reductie van beroerten, TIA’s en hartinfarcten. De verlaging van de sterfte aan hart- en vaatziekten was bijna significant. Holme (59) vond in een meta-analyse  van RCT’s  een daling van het cholesterol, maar ook een daling van de totale sterfte.

Niacine verlaagt derhalve het cholesterol ; vermindert atherosclerose en vermindert vrijwel zeker ook de sterfte gerelateerd aan een te hoog cholesterol.

Phytosterolen

Twee metaanalyses van gerandomiseerde studies  geven ondubbelzinnig aan dat phytosterolen het cholesterol verlagen. Er is echter geen effect op het HDL ; ook is geen effect op de sterfte aangetoond (60,61)

Gugulipiden

Gugulipiden, een harsachtige substantie van de Mukul Myrr boom blijken in 2 oudere gerandomiseerde dubbelblinde studies met respectievelijk ruim 200 en 40 proefpersonen  en in dagelijke doses van 3 keer 500 mg en 2,25 gram het cholesterol te verlagen en het HDL te verhogen (62,63). Singh et al (64) vond met 50 mg gugulipiden in een RCT  met 61 proefpersonen ook een daling van het cholesterol, maar geen stijging van het HDL ; bijwerkingen van de gugulipiden waren : soms hoofdpijn en misselijkheid. Szapary et al (65) vond met dagelijks 3 keer 1000 mg gugulipiden , dan wel 2000, dan wel placebo bij ruim 100 proefpersonen geen verandering van het totaal cholesterol en HDL. Nohr et al (66) vonden met 2160 mg gugulipiden per dag bij 34 personen geen effect op het totaal cholesterol en geen effect op de HDL-c/totaal cholesteol-ratio. De resultaten zijn inconsistent : onder Indiase condities (Indiaas eten) wel en bij ‘externe’ onderzoekers  geen effect ; misschien verschilt de samenstelling van de geteste preparaten ook. Over gugulipiden kan ik geen enkele conclusie trekken.

Royal Jelly

In een meta-analyse op basis van 10 studies, waarvan 7 gerandomiseerd dubbelblind uit 1995  (67) komen de auteurs tot de conclusie dat  Royal Jelly (het voedsel voor de koninginnenbij) het totaal cholesterol verlaagt en de HDL-cholesterol-ratio eveneens verbetert (doet stijgen). Een recent gerandomiseerd onderzoek bevestigt dit (68).

Psyllium

Een waslijst aan gerandomiseerde studies laat zien dat 3-13 gram psyliumvezels per dag het totaal cholesterol en het LDL verlaagt (35). Een metaanalyse uit 1997 is dan ook ondubbelzinnig (69). In deze meta-analyse werd het HDL niet beinvloed. Kijken we naar RCT’s van na 1997 dan wordt dit beeld bevestigd, mede getuige een zeer recente meta-analyse (70).

Fenugriek seeds

Sharma RD et al (71) vond met dagelijks 100 gram poeder van ontbitterd fenugriek zaad een daling van het totaal cholesterol en daarmee samenhagend een stijging van de HDL-cholesterol-ratio. Iets vergelijkbaars vonden Sharma et al (72) in dubbelblinde opzet. Gupta et al (73) vonden in een recent gerandomiseerd dubbelblind bij patienten met diabetes type 2, behalve gunstige effecten met betrekking tot diabetes met 1 gram van een alcoholextract van fenugriekzaad per dag, een daling van de triglyceriden en een stijging van het HDL. Kortom het is duidelijk :  fenugriekzaad stelt het lipidprofiel in gunstige zin bij.

Policosanol

Policosanol verlaagt in de ene RCT wel in de andere RCT niet het cholesterol (zie bijvoorbeeld respectievelijk 74 en 75). Ondanks het overheersen van publicaties, die geen aantoonbaar effect van policonasol m.b.t. het cholesterol kunnen aantonen is een meta-analyse waarin sterolen en policonasol worden bekeken, positief voor policonasol ; zo zeer zelfs : policonasol is beter dan de sterolen (76). Kortom policonasol heeft   wat het cholesterol betreft het voordeel van de twijfel.

Red yeast rice

Red yeast rice bevat een natuurlijke statine. In vele gerandomiseerde studies bleek het het LDL -cholesterol te verlagen. Zo bleek het dit te doen bij patienten die de gangbare statines niet verdroegen en dit zonder ook pijn te veroorzaken (77). Ook bleek het in een dosering van 2400 mg per dag zeker zo effectief als pravastatine (78) etc. etc.  Een meta-analyse (79) liet een  daling zien van het totaal cholesterol,  de triglyceriden en het LDL, terwijl het HDL steeg. Zeer gunstig dus. Lu et al toonden in gerandomiseerd onderzoek ook een vermindering van het aantal hartaanvallen en dito sterfte aan (80). Kortom red yeast rice is zeer goed onderbouwd.

Vitamine C

Een meta-analyse van 13 gerandomiseerde studies (81) heeft aangetoond dat 500 mg vitamine C per dag of meer het LDL-cholesterol  en de triglyceriden verlaag, terwijl het HDL , zij het slechts niet-significant stijgt.  Hiermee in lijn is de bevinding dat  vitamine C  de toename van de aderverkalking van de arteria carotis remt (82). Gerandomiseerde studies met 500 mg vitamine C als suppletie  laten echter geen vermindering van de kans op een hartaanval zien  noch een vermindering van de sterfte door hartaanvallen (83,84). Bij ( een vermoeden van) een acuut hartinfarct ligt het anders. Bij het vermoeden van een hartinfarct gaven Singh et al (85) dagelijks 50.000 IU vitamine A plus 400 mg vitamine E en 1 gram vitamine C. Deze combinatie gaf in vergelijking met de placebogroep minder arithmie, minder angina pectoris en minder vaak slechte ventrikelfunctie. Jaxa-Chamiec et al (86) gaven in geval van een infarct : 1000 mg vitamine C in 12 uur I.V. en daarna 1200 mg vitamine C per 24 uur oraal ; tevens gaven zij 600 mg vitamine E per dag ; in dit onderzoek werd met de combinatie van C en E een verlaging van de sterfte gezien. De combinatie van C en E bij een acuut infarct is derhalve heel goed aan te bevelen.

Vitamine E

Bij patienten die statines slikken heeft vitamine E (400 IU per dag) geen effect op het LDL (87). Singh et al (88) vond geen effect van  dagelijks 800 IU vitamine E op de HDL-subfracties bij patienten die statines gebruiken. Andere onderzoekers vonden in 2 RCT’s eveneens geen effect van dagelijks respectievelijk  800 IU/ 728 mg vitamine E op HDL-C van patienten die geen statines gebruiken (89,90). Cloarec et al (91) vonden met 500 IU vitamine E wel een stijging van het HDL-C (en een daling van het totaal cholesterol). Drie studies m.b.t. het HDL zijn neutraal en 1 is positief. Takamatsu et al (92) gaven 3 of 100 mg d-alpha-tocoferol 6 jaar lang ;  zij zagen een vermindering van de lipoperoxydatie ; zie ook 94 ; ook hier echter geen verandering van de lipidvariabelen. De combinatie van C plus E (250 mg vitamine  C en 136 IU vitamine E per dag) vermindert blijkens Salonen et al (93) de progressie van atherosclerose. Toch blijkt E (400 IU per dag) in gerandomiseerd onderzoek, alleen dan wel met 500 mg vitamine C de  cardiovasculaire sterfte niet te beinvloeden (83). Wel blijkt een hogere, deels intraveneus gegeven dosis vitamine C met wat meer vitamine E (zie onder vitamine C) de sterfte ten gevolge van een acuut hartinfarct te verminderen (86).  Vitamine E alleen heeft derhalve geen invloed op de lipidvariabelen ; wel blijkt het samen met C progressie van atherosclerose tegen te gaan, al wordt de sterftekans cardiovasculair niet lager.  Het gunstige effect met meer (deels intraveneus gegeven) vitamine C en E bij het acute hartinfarct reduceert de sterfte wel : dit behoeft nader onderzoek.

Conclusies

De bloeddruk wordt behalve door minder zout (dagelijks 0,5 tot 3 gram i.p.v. 15-20 gram) , meer kalium (veel fruit), Q10 (60 mg per dag),  magnesium (400 mg per dag), benevens minder sucrose en visoliesuppletie (1) blijkens dit artikel ook verlaagd door foliumzuur (800 mcg per dag), olijfolie, catechinen (groene thee ; 500-600 mg catechinen per dag) en knoflook. Voor de details raadplege men dit artikel en de referenties van dit artikel.

Naast reductie van de bloeddruk is ter (secundaire) preventie van hart- en vaatziekten cholesterolverlaging en vaak ook bloedverdunning opportuun.De cholesterolverlaging en de bijbehorende (gewenste) stijging van het goede cholesterol (HDL) dient blijkens dit artikel primair bereikt te moeten worden met : het Mediterrane dieet in z’n algemeenheid ; voorts : visolie ; meerdere grammen per dag (mijn advies is 4 keer vette vis per week ; je komt dan nog hoger uit) ; er is dan ook een effect op de sterfte ; 1-3 gram nicotinezuur (vermindert ook de kans op een hartinfarct, al lijkt de sterfte net niet significant lager) ; 600 mg catechinen van groene thee (verlaagt het cholesterol, maar beinvloedt het HDL niet ; wel geeft het gewichtsreductie, wat natuurlijk heel belangrijk is). Red yeast rice 2400 mg per dag (vermindert ook aantoonbaar de sterfte!!)Voorts zijn afvallen en bewegen natuurlijk  ook  uiterst belangrijk om hart- en vaatziekten te voorkomen/te behandelen.

De andere besproken variabelen hebben wel een goed effect op het cholesterol, maar een effect op de meer relevante parameters als  afvallen de kans op een hartinfarct en de cardiovasculaire sterfte is niet aangetoond of minder duidelijk. Naast de primair aangegeven middelen, lijken de middelen die ook de bloeddruk verlagen het meest aangewezen : dus olijfolie, knoflooksuppletie, magnesium 400 mg per dag en dagelijks  lycopeen (bijvoorbeeld 5 mg; van een lycopeenrijk tomatenextract is namelijk ook aangetoond dat het de bloeddruk verlaagt ; 95). Ook chroom moet genoemd worden omdat het ook het gewicht iets kan verminderen (54). De combinatie van de vitaminen C en E hoort er ook bij, omdat de atherosclerose geremd wordt en de combinatie gunstig is bij een acuut hartinfarct.

Eventueel ook  te gebruiken (dit is dus de derde categorie) in verband met een te hoog cholesterol : vitamine D (zeker wanneer je ook aan het afvallen bent ; extra calcium is dan ook nodig) ; silymarin (zeker ook wanneer er van suikerziekte sprake is) en voorts carnitine, fenugriekzaad (verbetert ook diabetes), psyliumvezels, Royal Jelly  en artisjokken(extract).

dr. E Valstar

Literatuurlijst

1)Valstar E.,De Orthomoleculaire Koerier nr. 3 (no 10) ; blz. 5-10 ; 1988.

2)Fu J et al ; Zhonghua Yi Xue Za Zhi 2009 ; Aug18;89(31):2179-83 ; PMID 20058594.

3)Ebrahimi M et al ; Acta Cardiol 2009 Jun;64(3):321-7 ; PMID 19593941

4)Poppitt SD et al ; Stroke 2009 Nov;40(11):3485-92 ; PMID 19745175.

5)Gupta R et al ; J Assoc Physicians India 2001 Feb;49:231-5 ; PMID 11225136.

6)Olfer’ev AM et al ; Vopr Pitan 2004;73(1):19-23 ; PMID 15049152.

7)Misra R et al ; J Obstet Gynaecol Res 2006 Jun;32(3):299-304 ; PMID 16764620.

8)Roeback JR et al ; Ann Intern Med 1991 Dec 15;115(12):917-24 ; PMID 1683196.

9)Press RI et al ; West J Med 1990 Jan;152(1):41-5 ; PMID 2408233.

10)Bordia A et al ; Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids 56(5):379-84, 1997.

11)Alizadeh-Navaei R et al ; Saudi Med J 2008 Sep;29(9):1280-4 ; PMID18813412.

12)Backon J ; Med Hypotheses 20 : 271, 1986.

13)Chen  SC et al ; Lipids 2009 Mar;44(3):273-81 ; PMID 19145455.

14)Huseini HF et al ; Phytother Res 2006 Dec ; 20(12):1036-9 ; PMID 17072885.

15)Violante B et al ; J Endocrinol Invest 2009 Nov;32(10):794-6 ; PMID 19465798.

16)Tani S et al ; Am J Cardiol 2010 Jan 15;105(2):144-8 ; PMID 20102908.

17)Ruiz-Gutierrez V et al ; J Nutr 1998 Mar;128(3):570-6 ; PMID 9482765.

18)Guiverneau M et al ; Prostaglandins Leukot Essent Acids 1994 Nov;51(5):311-6 ; PMID 7846101.

19)Perona JS et al ; J Agric Food Chem 2009 Dec 9;57(23):11427-33 ; PMID 19902947.

20)Estruch R et al ; Ann Intern Med 2006 Jul 4;145(1):1-11 ; PMID 16818923.

21)Leaf A ; Circulation 99:733-5 ; 1999.

22)Galvano F et al ; Expert Opin Pharmacother 2009 Aug;10(12):1875-82 ; PMID 19618992.

23)Solfrizzi V et al ; Atherosclerosis 2006 Oct; 188(2):455-61 ; PMID 16384561.

24)Malaguarnera M et al ; Am J Clin Nutr 2009 Jan;89(1):71-6 ; PMID 19056606.

25)Derosa G et al ; Clin Ther 2003 May ; 25(5):1429-39 ; PMID 12867219.

26)Urgert R et al ; Eur J Clin Nutr 51:431-6;1997.

27)Van Rooij J et al ; Am J Clin Nutr 61:1277-83 ; 1995.

28)Gross G et al ; Food Chem Toxicol 1997 Jun;35(6):547-54 ; PMID 9225012.

29)Rasmussen HS et al ; Arch Intern Med 1989May;149(5):1050-3 ; PMID 2719498.

30)Khajehdehi en Taheri S ; J Ren Nutr 2003 apr;13(2):78-83 ; PMID 12671829.

31)Yeksan M et al ; int J Artif Organs. 1992 Dec;15(12):704-7 ; PMID 1493945.

32)Scragg R et al ; Eur J Clin Nutr 1995 Sep;49(9):640-6 ; PMID 7498100.

33)Andersen R et al ; Eur J Clin Nutr 2009 Sep;63(9):1150-3 ; PMID 19352377.

34)Major GC et al ; Am J Clin Nutr 2007 Jan;85(1):54-9 ; PMID 17209177.

35)Werbach MR en Murray MT ; Botanical Influences on Illness ; 2e editie ; ISBN  1-891710-00-1.

36)Wijvekate ML ; Verklarende statistiek ; dertiende druk ; 1972 ; het Spectrum , Utrecht/Antwerpen.

37)Ashraf R et al ; J Ayub Med Coll Abbottabad. 2005 Jul-Sep;1793):60-4 ; PMID 16320801.

38)Sobenin IA et al ; Ter Arkh. 2005;77(12):9-13 ; PMID 16514811.

39)Sobenin IA et al ; J Atheroscler Thromb 2008 Dec;15(6):334-8 ; PMID 19060427.

40)Gardner CD et al ; Arch Intern Med 2007 Feb 26;167(4):346-53 ; PMID 17325296.

41)Reinhart KM et al ; Ann Pharmacother 2008 Dec;42(12):1766-71 ; PMID 19017826.

42)Budoff M ; J Nutr 2006 Mar;136(3Supp):741S-744S ; PMID 16484554.

43)Balk EM et al ; Atherosclerosis 2006 Nov;189(10;19-30 ; PMID 16530201.

44)Marik PE en Varon J ; Clin Cardiol 2009 Jul;32(7):365-72 ; PMID 19609891.

45)Petrowicz O et al ; Atherosclerosis 129:1, 1997.

46)Bundy R et al ; Phytomedicine 2008 Sep;15(9):668-75 ; PMID 18424099.

47)Englisch W et al ; Arzneimittelforschung 2000 Mar;50(3):260-5 ; PMID 10758778.

48)Inami S et al ; Int Heart J 2007 Nov;48(6);725-32 ; PMID 18160764.

49)Erba D et al ; J Nutr Biochem 2005 Mar;16(3):144-9 ; PMID 15741048.

50)Nagao T et al ; Obesity (Silver Spring) 2007 Jun;15(6):1473-83 ; PMID 17557985.

51)Batista Gde A et al ; Arq Bras Cardiol 2009 Aug;93(2):128-34 ; PMID 19838489.

52)Nantz MP et al ; Nutrition 2009 Feb;25(2):147-54 ; PMID 18848434.

53)Matsuyama T et al ; Obesity (Silver Spring) 2008 Jun;16(6):1338-48 ; PMID 18356827.

54)Valstar E. TvOG 24 (6):34-9 ; 2010.

55)Lee JM et al ; J Am Coll Cardiol 2009 Nov3;54(19):1787-94 ; PMID19874992.

56)Goldberg AC ; Am J Cardiol 2004 Jul 1;94(1):121-4 ; PMID 15219522.

57)Bruckert E et al ; Atherosclerosis 2009 Dec 21 ; PMID 20079494.

58)Duggal JK et al ; J Cardiovasc Pharmacol Ther 2010 Mar 5 (Epub  ahead of print) ; PMID 20208032.

59)Holme I ; Control Clin Trials 1996 Feb;17(1):13-22 ; PMID 8721798.

60)Moruisi KG et al ; J Am coll Nutr 2006 Feb;25(1):41-8 ; 2006 ; PMID 16522931.

61)Wu T et al ; Asia Pac J Clin Nutr 2009;18(2):179-86 ; PMID 19713176.

62)Nityanand S  et al ; J Assoc Phys India 3795):323-8 ; 1989.

63)Verma SK en Bordia A ; Indian J Med Res 87:356-60 ; 1988.

64)Singh RB et al ; Cardiovasc Drugs Ther 1994 Aug;8(4):659-64 ; PMID 7848901.

65)Szapary PO et al ; JAMA 2003 Aug 13; 290(6):765-72 ; PMID 12915429.

66)Nohr LA et al Complement Ther Med 2009 Jan ; 17(1):16-22 ; PMID 19114224.

67)Vittek J ; Experientia 51:927-35 ; 1995.

68)Guo H et al ; J Nutr Sci Vitaminol (Tokyo). 2007 Aug;53(4):345-8 ; PMID 17934240.

69)Olson BH et al ; J Nutr 127:1973-80 ; 1997.

70)Wei ZH et al ; Eur J Clin Nutr 2009 Jul;63(7):821-7 ; PMID 18985059.

71)Sharma RD et al ; Phytother Res 5:145-7; 1991.

72)Sharma RD et al ; Eur J Clin Nutr 44(4):301-6 ; 1990.

73)Gupta A et al ; J Assoc Physicians India 2001 Nov;49;1057-61 ; PMID11868855.

74)Reiner Z et al ; Clin Drug Investig 2005;25(11):701-7 ; PMID 17532716.

75)Francini-Pesenti F et al ; Phytother 2008 Mar; 22(3):318-22 ; PMID 18167048.

76)Chen JT et al ; Pharmacotherapy 2005 Feb;25(2):171-83 ; PMID 1576233.

77)Becker DJ et al ; Ann Intern Med 2009 Jun 16 ; 150(12):830-9, W147-9 ; PMID 19528562.

78)Halbert SC et al ; Am J Cardiol 2010 KJan 15 ; 105(2);198-204 ; PMID 20102918.

79)Liu J et al ; Chin Med 2006 Nov 23;1:4 ; PMID 17302963.

80)Lu Z et al ; Am J Cardiol 2008 Jun 15;101(12):1689-93 ; PMID 18549841.

81)McRae MP ; J Chiropr Med 2008 Jun;7(2):48-58 ; PMID 19674720.

82)Ellingsen I et al ; Nutr Metab Cardiovasc Dis 2009 Jan;19(1):8-14 ; PMID 18472409.

83)Sesso HD et al ; JAMA 2008 Nov 12 ; 300(18):2123-33 ; PMID 18997197.

84)Cook NR et al ; Arch Intern Med 2007 Aug 13-27;167(15):1610-8; PMID 17698683.

85)Singh RB et al ; Am J Cardiol 1996 Feb 1 ; 77(4):232-6 ; PMID 8607399.

86)Jaxa-Charmiec T et al ; Kardiol Pol 2005 Apr;62(4):344-50 ; PMID 16059992.

87)Leonard SW  et al ; Am J Health Syst Pharm 2007 Nov 1; 64(21):2257-66; PMID 17959578.

88)Singh U et al ; Clin Chem 2007 Mar;53(30:525-8 ; PMID 17234730.

89)Stampfer MJ et al ; Am J Clin Pathol 1983 Jun;79(6):714-6 ; PMID 6342362.

90)Kalbfleisch JH et al ; Br J Nutr 1986 Jan;55(1):71-7 ; PMID 3663580.

91)Cloarec MJ et al ; Isr J Med Sci 1987 Aug;23(8):869-72 ; PMID 3316118.

92)Takamatsu S et al ; J Int Med res 1995 Sep-Oct;23(5):342-57 ; PMID 8529777.

93)Salonen RM et al ; Circulation 2003 Feb 25;107(7):947-53 ; PMID 12600905.

94)Baron L et al ; Acta Cient Venez 2004;55(1):62-73 ; PMID 15916166.

95)Engelhard YN et al ; Am Heart J 2006 Jan; 151(1):100 ; PMID 16368299.

Posted in Nieuws, Valstar by mierlohout